ECLI:NL:RVS:2006:AV2241
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vergunning voor opslag en breken van puin
Bij besluit van 15 maart 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een vergunning aan een vergunninghoudster voor het opslaan en breken van diverse materialen op een perceel te een plaats. Dit besluit werd ter inzage gelegd op 29 maart 2005. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, maar hebben geen bedenkingen ingebracht tegen het ontwerpbesluit.
Verweerder stelde dat appellanten daarom niet-ontvankelijk zijn in hun beroep op grond van artikel 20.6, tweede lid, van de Wet milieubeheer (oud). De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellanten de kennisgevingen van het ontwerpbesluit wel hebben ontvangen en dat er geen omstandigheden zijn die redelijkerwijs verhinderen dat zij bedenkingen hadden kunnen indienen.
Appellanten sub 2 trokken hun beroep voor een deel in. De Afdeling oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is en dat de beroepsgronden met betrekking tot Europees recht niet aan de orde kunnen komen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 februari 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van bedenkingen tegen het ontwerpbesluit.