ECLI:NL:RVS:2006:AV2248
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van Angeren
- Ch.W. Mouton
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit last onder dwangsom wegens onduidelijke motivering over GWW-compost
Bij besluiten van 29 oktober 2004 legde het college van gedeputeerde staten van Drenthe een last onder dwangsom op aan meerdere partijen wegens overtreding van artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Deze handeling betrof het aanwezig zijn van 7.000 ton GWW-compost in afscheidingswallen op een golfbaan in aanleg.
Appellanten voerden aan dat het bezwaar van een van hen ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat de GWW-compost als compost in de zin van het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen moest worden aangemerkt, waardoor artikel 10.2 Wet milieubeheer niet van toepassing zou zijn. Verweerder stelde dat de compost sterk verontreinigd was en daarom als afvalstof moest worden beschouwd.
De Raad van State oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de GWW-compost niet als compost in de zin van het Besluit moest worden aangemerkt. De motivering ontbrak over de mate waarin de compost een stabiel eindproduct was. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 12 april 2005 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de kwalificatie van GWW-compost.