ECLI:NL:RVS:2006:AV2249
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering subsidie voor- en vroegschoolse educatie door minister
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de gemeente Werkendam een subsidie van €83.422,95 teruggevorderd over het schooljaar 2001/2002, omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van de Regeling voor- en vroegschoolse educatie. De gemeente stelde dat bijzondere omstandigheden, zoals de vertraging door denominatieverschillen en het vertrouwen op een eerdere coulante toepassing door de minister, tot een andere beoordeling moesten leiden.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van de gemeente ongegrond, waarna de gemeente hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister binnen zijn beleidsvrijheid handelde en dat de gemeente onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigden. De vertraging in het programma was voor rekening en risico van de gemeente.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 22 februari 2006 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente tegen de terugvordering van de subsidie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.