ECLI:NL:RVS:2006:AV2254
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving tegen bedrijfsactiviteiten en schuur op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek wees een verzoek van appellanten af om handhavend op te treden tegen bedrijfsactiviteiten van een veehandelsbedrijf en een gebouwde schuur zonder bouwvergunning op een agrarisch perceel. Appellanten gingen hiertegen in bezwaar en beroep, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden hun bezwaren ongegrond.
De Raad van State oordeelde dat het gebruik van het perceel als veehandelsbedrijf en de aanwezigheid van de schuur in strijd waren met het oude bestemmingsplan, maar dat het college bevoegd was om handhavend op te treden. Echter, vanwege het algemeen belang en het bestaan van concreet uitzicht op legalisatie door een nieuw bestemmingsplan, was het college gerechtvaardigd om af te zien van handhaving.
Appellanten stelden dat het uitzicht op legalisatie niet concreet was en dat zij niet geïnformeerd waren over de intrekking van een partiële herziening, maar deze bezwaren werden verworpen. Ook werd geoordeeld dat de schuur binnen de toegestane bouwgrenzen van het nieuwe bestemmingsplan viel. De Raad van State bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit om niet handhavend op te treden wegens concreet uitzicht op legalisatie.