ECLI:NL:RVS:2006:AV2267
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- J.G.C. Wiebenga
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen wijziging vergunning emissie broeikasgassen en stikstofoxiden
Air Liquide Industrie B.V. stelde beroep in tegen het besluit van 9 juni 2005 waarbij de vergunning voor emissie van broeikasgassen en stikstofoxiden werd gewijzigd. De kern van het geschil betrof het verkoopplafond van 86.170 kilo NOx, gebaseerd op 8.000 draaiuren per jaar, terwijl appellante stelde dat haar installatie 8.760 draaiuren per jaar draait en zij zich daardoor onterecht beperkt voelde.
De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was jegens het algemene voorschrift uit het Besluit handel in emissierechten, maar wel ontvankelijk tegen het specifieke vergunningvoorschrift. De Afdeling toetste het algemene voorschrift dat het aantal draaiuren op 8.000 stelt en concludeerde dat dit binnen de beoordelingsruimte van de Besluitgever valt en niet in strijd is met de Wet milieubeheer of bestuursrechtelijke motiveringsvereisten.
De Afdeling benadrukte dat het verkoopplafond dient om speculatie en marktverstoring te voorkomen en dat het aantal draaiuren als abstracte norm geldt voor een reeks installaties. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat het plafond te krap is of haar rechten onredelijk beperkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het verkoopplafond van 8.000 draaiuren in de vergunning is ongegrond verklaard.