ECLI:NL:RVS:2006:AV2276
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van subsidiebesluiten Staatssecretaris Onderwijs inzake aanvullende subsidie
Appellante, een stichting die een waardevolle collectie familieportretten beheert, verzocht om aanvullende subsidie voor de jaren 1989 tot en met 2000. De Staatssecretaris wees dit verzoek af en verleende subsidie voor de jaren 2001 tot en met 2004. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en bepaalde dat de Staatssecretaris opnieuw moest beslissen op het bezwaar.
De Raad van State overweegt dat de subsidieverlening sinds 1957 publiekrechtelijk van aard is, mede door toepassing van de Algemene wet bestuursrecht en het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen. Subsidiebesluiten voor de jaren 1989 tot en met 2000 zijn onherroepelijk omdat geen tijdig bezwaar is gemaakt. De Afdeling wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af wegens gebrek aan bewijs van toezeggingen.
Ten aanzien van het besluit van 30 mei 2005 oordeelt de Afdeling dat de Staatssecretaris onvoldoende heeft onderzocht waarom het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan in voorgaande jaren en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een lager bedrag wordt toegekend. Dit leidt tot vernietiging van het besluit en een veroordeling van de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 30 mei 2005 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.