ECLI:NL:RVS:2006:AV2277
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- G.K. Klap
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bestuursdwangbesluit bodemverontreiniging Topwood B.V.
Topwood B.V. verzocht de Raad van State om een voorlopige voorziening tegen het bestuursdwangbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Lochem. Dit besluit betrof het toepassen van bestuursdwang wegens vermeend niet voldoen aan het zorgplichtbeginsel uit de Wet bodembescherming, gerelateerd aan bodemverontreiniging op het perceel aan de Scheggertdijk 7 te Almen.
Uit bodemonderzoeken, waaronder een recent onderzoek in opdracht van de gemeente en een eerder onderzoek uit 1993, bleek dat de gehalten koper en zink waren toegenomen en dat de stof propicanozole was aangetroffen. De voorzitter stelde vast dat de verontreinigingen zich in de bodem bevinden en niet mobiel zijn, waardoor het risico op verspreiding niet urgent genoeg is om bestuursdwang te rechtvaardigen.
De voorzitter besloot het bestuursdwangbesluit voorlopig te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar, met mogelijkheid tot verlenging bij een verzoek om voorlopige voorziening. Tevens werd de gemeente Lochem veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Topwood B.V. De zaak zal inhoudelijk worden behandeld in de bezwaarprocedure, waarbij nader bodemonderzoek noodzakelijk wordt geacht.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit tegen Topwood B.V. is geschorst en de zaak wordt inhoudelijk in bezwaar behandeld.