ECLI:NL:RVS:2006:AV2928
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- M.A.G. Stolker
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vergunning geluidgrenswaarden spoorwegemplacement Zutphen
Bij besluit van 22 november 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Zutphen aan Railinfrabeheer Noordoost B.V. (ProRail) een vergunning voor het veranderen van het spoorwegemplacement aan het Stationsplein 12 te Zutphen. Deze vergunning bevatte aangepaste geluidgrenswaarden voor het emplacement, waarbij de grenswaarden voor de dag- en avondperiode werden verruimd en die voor de nachtperiode werden aangescherpt.
Verzoekers stelden beroep in en verzochten om een voorlopige voorziening omdat zij onvoldoende bescherming tegen geluidhinder en veiligheidsrisico's vreesden. Tijdens de zitting erkenden verweerder en vergunninghoudster dat het besluit geen optimale bescherming bood, maar dat de activiteiten noodzakelijk waren in afwachting van de herinrichting van het emplacement.
De Voorzitter achtte aannemelijk dat de activiteiten noodzakelijk zijn, maar vond onvoldoende vaststaan dat de herinrichting niet vóór 1 juni 2007 kan zijn afgerond. De mogelijkheid om uitstel te verlenen voor het voldoen aan strengere geluidgrenswaarden bleef open, maar gezien de verruiming van de grenswaarden en belangenafweging werd de voorlopige voorziening toegewezen.
De Voorzitter schorste het besluit voor zover het uitstel van de strengere geluidgrenswaarden betreft en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan verzoekers sub 1 en tot terugbetaling van griffierechten aan beide verzoekers. De uitspraak werd gedaan op 20 februari 2006.
Uitkomst: Het besluit tot uitstel van strengere geluidgrenswaarden wordt geschorst en de gemeente wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.