ECLI:NL:RVS:2006:AV2943
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving beëindiging permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Bladel legde appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van een recreatiewoning voor permanente bewoning te beëindigen, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan "Buitengebied gemeente Bladel 1998". De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en stelde dat het college bevoegd was tot handhaving, ondanks dat het gebruik reeds bestond vóór het nieuwe bestemmingsplan.
Appellant voerde aan dat het college niet bevoegd was omdat het gebruik onder het overgangsrecht viel. De Raad van State oordeelde echter dat het gebruik voor permanente bewoning in strijd was met het oude bestemmingsplan "Buitengebied 1988" en dat er geen overgangsrechtelijke bescherming bestond voor dit gebruik. Het college mocht daarom handhavend optreden.
Verder oordeelde de Raad dat het college terecht een dwangsom van € 2.000 per week met een maximum van € 40.000 oplegde, gelet op het geschonden belang en het feit dat appellant sinds 1998 op de hoogte was van het verbod. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.