ECLI:NL:RVS:2006:AV2944
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.A.M. van Angeren
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid weigering ligplaatsvergunning en bestuursdwang vaartuigen Amsterdam-Centrum
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum weigerde appellant sub 2 een ligplaatsvergunning voor het vaartuig M3 en legde bestuursdwang op om de vaartuigen Pollux, Castor en M3 binnen drie maanden te verwijderen. Appellant sub 2 stelde beroep in tegen deze besluiten. De voorzieningenrechter had het beroep gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd, met het argument dat appellant sub 2 rechtens te rechtvaardigen vertrouwen had op beoordeling van zijn aanvraag aan andere criteria dan het Besluit van 17 december 1996.
De Raad van State oordeelt echter dat appellant sub 2 niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vaartuigen op of voor 18 december 1996 ligplaats hadden, een vereiste voor vergunningverlening volgens het overgangsrecht. Ook kan appellant sub 2 zich niet beroepen op exploitatievergunningen voor andere vaartuigen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de informerende brief van 20 november 1997 geen besluit is en niet van het bevoegde orgaan afkomstig is.
De Raad van State concludeert dat het dagelijks bestuur terecht de weigering van ligplaatsvergunningen handhaafde en bestuursdwang toepaste. Het hoger beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard, dat van het dagelijks bestuur gegrond, en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard en de weigering van ligplaatsvergunningen en bestuursdwang worden bevestigd.