ECLI:NL:RVS:2006:AV2958
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- J.G.C. Wiebenga
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning sanering bodem en opslag verontreinigde grond wegens onzorgvuldige besluitvorming
Bij besluit van 15 maart 2005 verleende het dagelijks bestuur van de deelgemeente Delfshaven een vergunning aan Gemeentewerken Rotterdam voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor bodemsanering en tijdelijke opslag van verontreinigde grond aan de Achterhaven 148 te Rotterdam.
Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit en voerden onder meer aan dat het bevoegd gezag onjuist was, onvoldoende overleg met omwonenden had plaatsgevonden, de coördinatie met andere vergunningen ontbrak, onduidelijkheid bestond over de inrichting en de opslag, en dat het besluit onvoldoende rekening hield met hinder door vrachtwagenbewegingen en geluid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bevoegd gezag correct was en dat overleg en coördinatie niet verplicht waren. Wel was onvoldoende inzicht verkregen in de aan- en afvoerroutes van vrachtwagens, waardoor hinder voor omwonenden niet kon worden uitgesloten. Ook was de beoordeling van het geluidaspect onzorgvuldig omdat geen onderbouwing van de geluidsberekeningen was overgelegd.
Gelet hierop werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onzorgvuldige beoordeling van vrachtwagenroutes en geluid, met vergoeding van proceskosten aan appellanten.