ECLI:NL:RVS:2006:AV2973
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op energiepremie wegens te late aanvraag ondanks installatie vóór deadline
Appellant had een energiepremie aangevraagd voor een CV en warmwatervoorziening die op 6 oktober 2003 waren aangeschaft en in het najaar van 2003 waren geïnstalleerd. De aanvraag werd echter pas op 27 januari 2004 door het energiebedrijf ontvangen, terwijl de termijn voor indiening uiterlijk 16 januari 2004 was.
Verweerder had de aanvraag op 10 september 2004 niet in behandeling genomen en het bezwaar daartegen op 4 april 2005 ongegrond verklaard. Appellant stelde dat de late indiening te wijten was aan een intern misverstand bij de installateur, waardoor de aanvraag te laat werd doorgestuurd. Hij beriep zich op een regeling die in bijzondere gevallen late indiening toelaat indien deze niet aan de aanvrager is toe te rekenen.
De Raad van State oordeelde dat appellant te allen tijde zelf verantwoordelijk is voor de tijdige en correcte indiening van de aanvraag, ook indien deze door een derde wordt ingediend. De te late indiening kon appellant worden tegengeworpen en de uitzondering op de termijn was niet van toepassing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de energiepremieaanvraag wegens te late indiening is ongegrond verklaard.