ECLI:NL:RVS:2006:AV3836

Raad van State

Datum uitspraak
27 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200509845/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.C.K.W. Bartel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Stadshart Lelystad

De gemeenteraad van Lelystad stelde op 24 februari 2005 het bestemmingsplan 'Stadshart' vast, dat voorziet in de herontwikkeling van het winkelcentrum tot een stadshart. Verzoekers, waaronder de besloten vennootschap De Chinese Muur Lelystad B.V., stelden beroep in tegen de goedkeuring van dit plan door de gedeputeerde staten van Flevoland en verzochten om een voorlopige voorziening.

Verzoekers betoogden dat de bebouwing van het Dukaatplein nabij hun restaurant de parkeergelegenheid en het vrije zicht op het restaurant zou doen vervallen, wat naar hun mening tot aanzienlijke bedrijfsschade zou leiden, met name voor de afhaalfunctie die 70% van de omzet uitmaakt. De Voorzitter erkende dat deze belangen onder druk zouden komen te staan, maar stelde dat het algemeen belang bij de reconstructie en revitalisering van het winkelcentrum zwaarder weegt.

De Voorzitter verwachtte dat in de bodemprocedure het beroep van De Chinese Muur Lelystad B.V. ontvankelijk zal zijn, maar dat het plan niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening zal worden geoordeeld. Het beroep van de andere verzoeker zal naar verwachting niet-ontvankelijk worden verklaard omdat geen zienswijze was ingebracht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Stadshart Lelystad wordt afgewezen.

Uitspraak

200509845/2.
Datum uitspraak: 27 februari 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid "De Chinese Muur Lelystad B.V." en "[verzoeker B]", gevestigd te Lelystad respectievelijk Harderwijk
en
het college van gedeputeerde staten van Flevoland,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 24 februari 2005 heeft de gemeenteraad van Lelystad het bestemmingsplan "Stadshart" vastgesteld.
Bij besluit van 11 oktober 2005, kenmerk ROV/05.030924/A, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 30 november 2005, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2005, beroep ingesteld.
Bij deze brief hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 februari 2006, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. E.J. Westerhuis, advocaat te Lelystad, en [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door drs. H.P.M. Laheij, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad van Lelystad, vertegenwoordigd door mr. drs. H.J.M. van Schie, advocaat te Schiphol-Rijk, en W. Akster, ambtenaar van de gemeente.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Naar uit de stukken volgt en ter zitting van de zijde van verzoekers is bevestigd heeft [verzoeker B] geen zienswijze tegen het ontwerpplan ingebracht. Gelet hierop verwacht de Voorzitter dat het beroep voor zover dit is ingesteld door [verzoeker B], door de Afdeling in de bodemprocedure niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Aangezien wat betreft de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "De Chinese Muur Lelystad B.V." wel van een ontvankelijk beroep kan worden uitgegaan, ziet de Voorzitter geen beletselen voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening.
2.3.    Het plan voorziet in de herontwikkeling van het winkelcentrum van Lelystad tot stadshart met een dusdanige ruimtelijke structuur dat de beoogde groei van de gemeente kan worden verwezenlijkt.
2.4.    Verzoekers stellen dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan voor zover dit ziet op het Dukaatplein. Zij verzoeken het plan in zoverre te schorsen.
2.4.1.    Zij voeren hiertoe aan dat de parkeergelegenheid op het Dukaatplein nabij hun restaurant De Chinese Muur alsmede het vrije zicht op en uit dit restaurant door de met het plan mogelijk gemaakte bebouwing zullen komen te vervallen. Zij verwachten dat met name in de afhaalfunctie, die volgens hen 70% van de omzet uitmaakt, een aanmerkelijke bedrijfsschade zal worden geleden.
2.5.    Met het plan is onder meer voorzien in de mogelijkheid het Dukaatplein te bebouwen. Niet in geding is dat de parkeergelegenheid nabij het restaurant en het vrije zicht op en uit het restaurant daarmee zullen komen te vervallen.
2.5.1.    De planregeling brengt naar het oordeel van de Voorzitter met zich dat de afhaalfunctie van het restaurant onder aanmerkelijke druk zal komen te staan. Uit dien hoofde mag worden verwacht dat de belangen van verzoekers zullen worden geschaad. Hier staan tegenover de belangen die zijn gemoeid bij het reconstrueren en revitaliseren van het winkelcentrum van Lelystad. De Voorzitter verwacht dat in de bodemprocedure de belangen bij het verwezenlijken van de nieuwbouw, waarmee een algemeen belang is gemoeid, zwaarder zullen worden gewogen dan de individuele belangen van verzoekers. Hij verwacht dan ook dat de Afdeling in de bodemprocedure zal oordelen dat verweerder de planregeling voor het Dukaatplein in redelijkheid niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening heeft kunnen achten.
2.5.2.    Gelet hierop ziet de Voorzitter in hetgeen verzoekers hebben aangevoerd geen reden het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te honoreren.
2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel    w.g. Bechinka
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2006
371.