ECLI:NL:RVS:2006:AV3845
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Vergunning gedeeltelijk geweigerd wegens onaanvaardbare stankhinder bij varkenshouderij
Bij besluit van 1 juni 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Someren aan appellant een vergunning voor een varkenshouderij gedeeltelijk geweigerd vanwege onaanvaardbare stankhinder en ammoniakemissie. Het besluit is op 9 juni 2005 ter inzage gelegd en appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep behandeld en overwogen dat het beroep ontvankelijk is. Verweerder heeft de weigering gebaseerd op de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996, de brochure Veehouderij en Hinderwet en een rapport over cumulatieve stankhinder. Niet is voldaan aan de afstandseisen en toetsingscriteria, en appellant beschikt niet over voldoende bestaande rechten om de vergunning geheel te rechtvaardigen.
Appellant stelde dat paragraaf 8 van de brochure, die terughoudende toepassing regelt voor bedrijven van vóór 1972, van toepassing zou moeten zijn. De Afdeling oordeelt dat deze paragraaf restrictief moet worden uitgelegd en alleen geldt bij eerste vergunningverlening. Aangezien in 1981 een revisievergunning is verleend, is terughoudende toepassing niet mogelijk.
Verder is niet aannemelijk geworden dat voorschriften de stankhinder tot aanvaardbaar niveau kunnen terugbrengen zonder het stelsel van de Wet milieubeheer te verlaten. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van de vergunning is ongegrond verklaard.