ECLI:NL:RVS:2006:AV3854

Raad van State

Datum uitspraak
1 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200601128/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
  • I.A. Molenaar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen nieuwe beslissing Commissariaat voor de Media in bezwaarprocedure

Het Commissariaat voor de Media wees het verzoek van de Nederlandse Vereniging van Commerciële Radio (VCR) af om documenten openbaar te maken over de melding van de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) over de overname van Colorful Radio. De VCR maakte bezwaar en de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de beslissing voor bepaalde documenten, waarbij het Commissariaat werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.

De VCR stelde vervolgens een voorlopige voorziening bij de Raad van State voor om te voorkomen dat het Commissariaat tijdens het hoger beroep opnieuw zou beslissen, wat de procedure illusoir zou maken. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek en concludeerde dat er geen dringende belangen waren die zich tegen de voorziening verzetten.

Daarom bepaalde de Voorzitter dat het Commissariaat geen nieuwe beslissing op het bezwaar mag nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 1 maart 2006.

Uitkomst: Het Commissariaat voor de Media mag geen nieuwe beslissing nemen op het bezwaar zolang het hoger beroep loopt.

Uitspraak

200601128/2.
Datum uitspraak: 1 maart 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
de Nederlandse Omroep Stichting, de Nederlandse Programma Stichting en de Stichting Colorful Radio, allen gevestigd te Hilversum
verzoekers,
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/2662 van de rechtbank Amsterdam van 22 december 2005 in het geding tussen:
de Nederlandse Vereniging van Commerciële Radio, gevestigd te Amsterdam
en
het Commissariaat voor de Media.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 13 februari 2004 heeft het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) het verzoek van de Nederlandse Vereniging van Commerciële Radio (hierna: de VCR) om openbaarmaking van documenten met betrekking tot de melding door de Nederlandse Omroepstichting (hierna: de NOS) van het voornemen om het commerciële radiostation Colorful Radio over te nemen en daarna voort te zetten als neventaak, alsmede openbaarmaking van alle overige correspondentie over dit onderwerp, afgewezen.
Bij besluit van 4 mei 2004 heeft het Commissariaat het daartegen door de VCR gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 22 december 2005, verzonden op 30 december 2005, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door de VCR ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd voor zover dit ziet op de door het Commissariaat genummerde documenten 3 en 6 en het Commissariaat opgedragen om binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaarschrift.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 9 februari 2006, bij de Raad van State ingekomen op 10 februari 2006, hoger beroep ingesteld.
Tevens hebben zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij brief van 20 februari 2006 heeft de VCR toestemming verleend, als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 februari 2006, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. G.J.M. Cartigny, advocaat te Rotterdam, en de VCR, vertegenwoordigd door mr. P. Burger, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen. Het Commissariaat is met voorafgaande schriftelijke kennisgeving niet verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Het verzoek om een voorlopige voorziening is er op gericht te voorkomen dat het Commissariaat hangende de hoger beroepsprocedure, ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank, opnieuw op het bezwaarschrift van de VCR beslist. Indien het verzoek niet wordt toegewezen kan een onomkeerbare situatie ontstaan die de hoger beroepsprocedure illusoir maakt. Van dringende belangen die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten, is niet gebleken.
2.2.    Gelet hierop, en in aanmerking genomen dat het hoger beroep zal worden behandeld ter zitting van de Afdeling op 17 mei 2006, ziet de Voorzitter aanleiding de na te melden voorziening te treffen.
2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het Commissariaat voor de Media geen nieuwe beslissing op het bezwaar neemt voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Molenaar, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek    w.g. Molenaar
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2006
369.