Uitspraak
200106021/1(AB 2003, 2) is de strekking van de calamiteitenregeling immers dat een belanghebbende als gevolg van een calamiteit niet in een slechtere, maar ook niet in een betere postitie mag komen te verkeren.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Goedereede legde appellant een dwangsom op om een zonder bouwvergunning gebouwde loods te verwijderen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die het handhavingsbesluit bevestigde.
De Raad van State overwoog dat het ontbreken van een verweerschrift door het college geen reden is om de zaak niet te behandelen. Volgens artikel 40 van Pro de Woningwet is bouwen zonder vergunning verboden, en het college mocht handhavend optreden. Legaliseringsmogelijkheden op grond van artikel 30 van Pro het bestemmingsplan waren niet van toepassing omdat appellant niet binnen de vereiste termijn een vergunning had aangevraagd en de nieuwe loods aanzienlijk afwijkt van de oude.
De loods is gebouwd in een beschermd agrarisch gebied waar het gemeentelijk beleid vrijstelling voor dergelijke bouwwerken niet toestaat. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die handhaving onredelijk maken. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is het handhavingsbesluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.