ECLI:NL:RVS:2006:AV3862
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geschiktheid rijbewijs bij gebruik psychostimulantia niet voor ADHD
De Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) weigerde op 20 december 2004 aan appellante een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen af te geven vanwege haar gebruik van het geneesmiddel Ritalin, een psychostimulantium. Appellante gebruikte dit middel voor de behandeling van narcolepsie en niet voor ADHD. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit van het CBR bevestigde, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de regelgeving omtrent de geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen onderscheid maakt tussen geneesmiddelen die de rijvaardigheid nadelig kunnen beïnvloeden afhankelijk van individuele omstandigheden, en geneesmiddelen die als regel ongeschikt maken, ongeacht individuele omstandigheden. Psychostimulantia vallen onder de laatste categorie, met uitzondering van gebruik voor de behandeling van ADHD bij volwassenen, waarvoor een individuele toets mogelijk is.
Omdat appellante Ritalin gebruikte voor narcolepsie en niet voor ADHD, was het CBR volgens de Afdeling verplicht de verklaring van geschiktheid te weigeren. De individuele medische situatie en sociale gevolgen konden daaraan niet afdoen. De Afdeling bevestigde daarom het bestreden vonnis en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het CBR om een verklaring van geschiktheid af te geven wordt bevestigd.