ECLI:NL:RVS:2006:AV3901
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- M. van Hulst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningplicht woonboot na langdurig stilliggen binnenschip in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft appellant bevolen zijn vaartuig, liggend in de openbare wateren van Amsterdam, te verwijderen omdat het zonder vergunning als woonboot ligplaats innam. Appellant voerde aan dat het vaartuig een binnenschip is dat hoofdzakelijk bestemd is voor bedrijfsmatig goederenvervoer en slechts tijdelijk stilligt.
De rechtbank oordeelde dat het vaartuig geen binnenschip meer is, omdat het sinds 1998 niet meer voor bedrijfsmatig vervoer wordt gebruikt en dat het college terecht het vaartuig als vergunningplichtige woonboot aanmerkte. Appellant stelde dat het stilliggen gebruikelijk is en dat hij over de benodigde certificaten beschikt.
De Raad van State bevestigt dat het vaartuig sinds 1998 niet meer bedrijfsmatig wordt gebruikt en dat appellant zelf heeft erkend het vaartuig als woonverblijf te gebruiken. Het college mocht het vaartuig als woonboot aanmerken en handhavend optreden wegens het ontbreken van een vergunning. Beroepen op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel faalden omdat geen concrete gelijke gevallen of rechtens te honoreren vertrouwen waren aangetoond.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.