ECLI:NL:RVS:2006:AV3904
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bouwvergunning voor winkel met trap in Amsterdam-Centrum
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum wees op 15 juli 2003 een aanvraag voor een bouwvergunning af voor het veranderen van het souterrain en de bel-etage van een gebouw tot een winkel met een trap. Appellant maakte bezwaar, dat op 16 december 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten op 18 april 2005 ongegrond. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het dagelijks bestuur onvoldoende had gemotiveerd waarom het algemeen belang zich verzet tegen de gevraagde vrijstelling voor de trap, terwijl de inbreuk op de openbare ruimte minimaal is (ongeveer 0,5 m²) en de trap tussen een reeds belemmerde toegangstrap en een stootblok wordt gerealiseerd. Tevens had appellant een rapport overgelegd waaruit bleek dat het bouwplan geen negatief effect op de verkeersveiligheid heeft, terwijl het dagelijks bestuur geen tegenonderzoek had verricht.
Verder had het dagelijks bestuur onvoldoende aandacht besteed aan het belang van appellant bij een zelfstandige toegang tot de winkelruimte, die anders lastig te exploiteren is. De Afdeling stelde vast dat het dagelijks bestuur in strijd met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro had gehandeld en vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het dagelijks bestuur moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Tot slot werd het dagelijks bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, waaronder de kosten van rechtsbijstand en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bouwvergunning wordt vernietigd.