ECLI:NL:RVS:2006:AV5041
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling en lichte bouwvergunning voor gsm-antenne in beschermd stadsgezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 29 augustus 2003 een vrijstelling en lichte bouwvergunning aan Orange Nederland N.V. voor het plaatsen van een gsm-antenne-installatie op het dak van een gebouw in een beschermd stadsgezicht. Tegen dit besluit maakten twee appellanten bezwaar, waarvan één bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en het andere ongegrond.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. Appellante sub 1 werd niet als belanghebbende erkend vanwege het ontbreken van een actueel en rechtstreeks belang. Appellant sub 2 voerde aan dat het mandaatbesluit ongeldig was, dat het college onvoldoende rekening had gehouden met niet-thermische gezondheidsrisico's van gsm-straling en dat alternatieve locaties onvoldoende waren onderzocht.
De Raad van State oordeelde dat het college het advies van de Gezondheidsraad, een deskundige instantie, op juiste wijze had gevolgd en dat de bezwaren van appellant sub 2 onvoldoende waren onderbouwd. Ook het betoog over alternatieve locaties faalde omdat het college het bouwplan als ingediend mocht beoordelen en de vergunninghoudster voorafgaand alternatieven had onderzocht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.