ECLI:NL:RVS:2006:AV5055
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit IBG over het voeren van de titel doctor op basis van Duitse promotie
Appellant verzocht de Informatie Beheer Groep (IBG) om de titel doctor te mogen voeren op grond van een in Duitsland behaalde promotie. De IBG wees dit verzoek af omdat het promotietraject niet voldeed aan de Nederlandse norm van een nominale duur van vier jaar na het doctoraal examen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de IBG ten onrechte uitsluitend de duur van het promotietraject na het doctoraal examen als maatstaf hanteerde, zonder de kwaliteit en het niveau van het promotieonderzoek mee te wegen.
De Raad stelde vast dat de IBG haar beoordelingsvrijheid onzorgvuldig had uitgeoefend en onvoldoende had gemotiveerd, mede omdat geen advies van Nuffic was ingewonnen. Verder bleek uit een verklaring dat appellant vijf jaar promotieonderzoek had verricht. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de IBG vernietigd, en werd de IBG opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd de IBG veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de IBG wordt vernietigd met de verplichting tot een nieuwe beslissing.