ECLI:NL:RVS:2006:AV5058
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom voor verwijderen variantloods zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel legde appellant een last onder dwangsom op om een zonder vergunning opgerichte variantloods te verwijderen. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Arnhem bevestigde dit oordeel. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de behandeling bleek dat appellant niet betrokken was bij de bouw van de loods en ook niet als opdrachtgever kon worden aangemerkt. De loods was opgericht door een erfopvolger ten behoeve van diens hoveniersbedrijf. Het college had dit reeds geweten bij de beslissing op bezwaar, maar bleef appellant als overtreder aanwijzen enkel omdat hij eigenaar was van het perceel.
De Raad van State oordeelde dat het college appellant ten onrechte als overtreder had aangemerkt. De enkele eigendom van het perceel is onvoldoende om als overtreder te worden beschouwd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en besluiten werden vernietigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel is terecht niet aangemerkt als overtreder en het besluit tot last onder dwangsom wordt vernietigd.