ECLI:NL:RVS:2006:AV5069
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B.C. Bošnjakovic
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last dwangsom gebruik bijgebouw als woonruimte in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Lochem legde appellante een last onder dwangsom op om het gebruik van een berging als woonruimte te staken, omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde de last onder dwangsom, maar legde alsnog een last op om het gebruik van het bijgebouw in strijd met het bestemmingsplan te staken.
Appellante stelde dat het gebruik van het bijgebouw uitsluitend hobbymatig was en niet geschikt voor bewoning, en dat dit gebruik niet in strijd was met het bestemmingsplan. De Raad van State oordeelde dat het bijgebouw niet bestemd is voor bewoning en het hobbymatig gebruik als een normaal bestanddeel van het toegestane woongebruik moet worden beschouwd.
Daarom vernietigde de Raad van State het besluit van de voorzieningenrechter voor zover het appellante onder oplegging van een dwangsom aanzegt het gebruik te staken. Tevens herroept de Raad van State het primaire besluit van het college en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt verplicht de last onder dwangsom te herroepen en proceskosten te vergoeden.