ECLI:NL:RVS:2006:AV5087
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vrijstelling speelautomatenhal wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn weigerde op 25 maart 2004 een vrijstelling te verlenen voor het gebruik van een hal als speelautomatenhal op een perceel in Apeldoorn. Appellanten maakten bezwaar tegen deze weigering, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellanten tegen deze beslissing eveneens ongegrond. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de brief van 18 december 2003, waarop het college de weigering baseerde, geen formeel verzoek om vrijstelling inhield maar slechts een verzoek om een onderhoud. Hierdoor had het bezwaar tegen de weigering vrijstelling niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. De rechtbank had dit ten onrechte niet gedaan.
Daarnaast bevestigde de Raad dat het voorgenomen gebruik als speelautomatenhal in strijd is met het bestemmingsplan, omdat een speelautomatenhal niet valt onder de toegestane categorieën bedrijven. De Raad vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de weigering vrijstelling betrof. Het bezwaar werd alsnog niet-ontvankelijk verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering vrijstelling voor de speelautomatenhal wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit vernietigd.