ECLI:NL:RVS:2006:AV5090
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing opschorting last onder dwangsom door college Ooststellingwerf
Het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf had een eerder voorstel tot intrekking van een last onder dwangsom ingetrokken en een verzoek van appellant om opschorting van deze last afgewezen. Appellant had bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bij de Raad van State werd dit oordeel bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een opschorting konden rechtvaardigen. Het college had terecht toepassing gegeven aan artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om het verzoek af te wijzen. Verder werd geoordeeld dat de door het college getoonde bereidheid tot concessie geen besluit in de zin van de Awb vormde en dat het niet voorleggen van bouwtekeningen aan de welstandscommissie een niet op rechtsgevolg gerichte tussenbeslissing was waartegen geen bezwaar mogelijk is.
Ook het bezwaar tegen de mededeling dat niet was voldaan aan een onderdeel van de last onder dwangsom werd niet ontvankelijk verklaard omdat dit een executiegeschil betreft dat onder civiele rechterlijke bevoegdheid valt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.