ECLI:NL:RVS:2006:AV6225

Raad van State

Datum uitspraak
14 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200510182/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.C.K.W. Bartel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 7 planvoorschriften
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Sportpark Polder Albrandswaard

Bij besluit van 7 april 2005 heeft de gemeenteraad van Albrandswaard het bestemmingsplan 'Sportpark Polder Albrandswaard' vastgesteld, dat de aanleg van een sportpark met bijbehorende voorzieningen mogelijk maakt. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en verzochten om een voorlopige voorziening om onomkeerbare gevolgen van het plan te voorkomen.

De Voorzitter behandelde het verzoek op 2 maart 2006, waarbij partijen hun standpunten toelichtten. Verzoekers stelden dat het plan onvoldoende zekerheid biedt dat hun woon- en leefklimaat niet wordt aangetast, onder verwijzing naar de afstandsaanbevelingen uit de brochure Bedrijven en Milieuzonering. Verweerder en de gemeenteraad stelden dat het woon- en leefklimaat niet ernstig wordt geschaad en keurden het plan goed.

Ter zitting is vastgesteld dat delen van het plan reeds als schapenwei en groenvoorzieningen in gebruik zijn en dat deze functie binnen de planperiode zal worden voortgezet. Er is erkend dat deze functies niet zullen worden gebruikt ten behoeve van het sportcomplex, wat meer zekerheid biedt dat overlast veroorzakende activiteiten niet nabij de woningen plaatsvinden. Gezien het feit dat geen onomkeerbare ontwikkelingen zullen plaatsvinden totdat de Afdeling uitspraak doet in de hoofdzaak, ontbreekt het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening.

De Voorzitter wijst daarom het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 14 maart 2006 in het openbaar gedaan.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan is afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200510182/2.
Datum uitspraak: 14 maart 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 7 april 2005 heeft de gemeenteraad van Albrandswaard het bestemmingsplan "Sportpark Polder Albrandswaard" vastgesteld.
Bij besluit van 4 oktober 2005, kenmerk DRM/ARB/05/4034A, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
Tegen dit besluit hebben onder meer verzoekers bij brief van 12 december 2005, bij de Raad van State ingekomen op 14 december 2005, beroep ingesteld.
Bij deze brief hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 maart 2006, waar verzoekers, in de persoon van [gemachtigde] en bijgestaan door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. J. du Pont, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad van Albrandswaard, vertegenwoordigd door C. de Klerk-Verbeek, M. Brandes en Q. Maas, allen ambtenaar van de gemeente.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Het bestemmingsplan heeft betrekking op het gebied dat ligt ten oosten van de kern Poortugaal, gemeente Albrandswaard. Het plan maakt onder meer de aanleg van een sportpark met bijbehorende voorzieningen mogelijk.
2.3.    Verzoekers voeren aan dat verweerder ten onrechte het plandeel met de bestemming "Sportpark -Rd(p)-" en de aanduiding "schapenwei" en het plandeel met de bestemming "Sportpark -Rd(p)-" en de aanduiding "groenvoorzieningen" tussen de schapenwei en hun woning heeft goedgekeurd. Zij stellen onder meer dat het plan onvoldoende zekerheid biedt dat hun woon- en leefklimaat als gevolg van het plan niet zal worden aangetast. In dit verband wijzen zij op de afstand van het sportcomplex tot aan hun woning die wordt aanbevolen in de brochure Bedrijven en Milieuzonering.
Verzoekers beogen onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding van het plan te voorkomen.
2.4.    Verweerder heeft de plandelen niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening geacht en heeft deze goedgekeurd. Hij stelt zich op het standpunt dat het woon- en leefklimaat van verzoekers als gevolg van het plan niet ernstig wordt geschaad.
2.5.    Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de planvoorschriften zijn de plandelen met de bestemming "Sportpark -Rd(p)-" bestemd voor sportvoorzieningen, natuurontwikkeling, bosbouw, extensieve recreatie, water, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden, openbare nutsvoorzieningen, maatschappelijke doeleinden met uitzondering van geluidsgevoelige functies, een ontsluitingsweg voor bestemmingsverkeer, een kinderboerderij en een ondergeschikte horecakantine. Verder is recreatief of hobbymatig medegebruik van de gronden zoals een schapenwei, paardenwei en moestuin een en ander met uitzondering van bedrijfsmatige activiteiten zoals een manege of een agrarisch bedrijf ter plaatse van de aanduiding "schapenwei" toegestaan.
2.6.    Ter zitting is vast komen te staan dat de bestreden plandelen voor een deel al in gebruik zijn als schapenwei en daarbij behorende groenvoorzieningen. Voorts zal het overige deel van de bestreden plandelen binnen de planperiode ook als schapenwei in gebruik worden genomen. Ter zitting is door de gemeenteraad en verweerder erkend dat het niet aannemelijk is dat de schapenwei en de daarbij behorende groenvoorzieningen binnen de planperiode zullen worden gebruikt ten behoeve van het aangrenzende sportcomplex en dat zij er bij nader inzien geen bezwaar tegen hebben de schapenwei als zodanig in het plan te bestemmen. Dit biedt ook meer zekerheid voor verzoekers dat mogelijk overlast veroorzakende sportactiviteiten niet op korte afstand van hun woning kunnen gaan plaatsvinden. Vast staat dan ook dat, afgezien van het graven van een sloot aan de rand ervan, ter plaatse van de thans aan de orde zijnde plandelen geen onomkeerbare ontwikkelingen zullen plaatsvinden totdat de Afdeling uitspraak in de hoofdzaak zal hebben gedaan. Gelet hierop ontbreekt het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.
2.7.    Gelet op het vorenstaande wijst de Voorzitter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
2.8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel    w.g. Verbeek
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2006
388-449.