ECLI:NL:RVS:2006:AV6254
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake milieuvergunning vleesveehouderij en akkerbouwbedrijf
Bij besluit van 23 december 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een milieuvergunning voor een vleesveehouderij annex akkerbouwbedrijf. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 2 maart 2006 en oordeelde dat het voorschrift 2.1.7, dat ramen en deuren van stallen gesloten moet houden, onredelijk bezwarend is voor stallen zonder mechanische ventilatie of nokventilatie omdat dit de gezondheid van dieren ernstig bedreigt. Dit voorschrift werd daarom geschorst.
Andere aangevoerde bezwaren, zoals tegen voorschrift 2.1.6, voorschriften onder 2.2 en de maximale opslaghoeveelheid van 75 m3 uien(-pulp), werden niet gegrond verklaard. Ook werd geoordeeld dat de overwegingen in de considerans en het vermeende gebrek aan onderzoek naar stankhinder geen aanleiding geven tot voorlopige voorzieningen.
De Voorzitter veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoeker. Het oordeel is voorlopig en niet bindend in de bodemprocedure.
Uitkomst: Voorschrift 2.1.7 over het gesloten houden van ramen en deuren in stallen zonder mechanische ventilatie wordt geschorst; overige verzoeken worden afgewezen.