Uitspraak
200201296/1(AB 2003, 113) is in het geval van een aanvraag om bouwvergunning tegen inwilliging waarvan het bestemmingsplan zich verzet, het college slechts voor zover met zoveel woorden is gevraagd om het nemen van een voorbereidingsbesluit of om herziening van een bestemmingsplan, rechtens gehouden een aan hem gericht verzoek om medewerking (tevens) aan te merken als een aan de gemeenteraad door te zenden verzoek. Uit de brieven van 13 oktober 2003 en 27 november 2003 valt niet af te leiden dat wordt verzocht om herziening van het bestemmingsplan dan wel om het nemen van een voorbereidingsbesluit. In deze brieven wordt - daargelaten dat deze betrekking hebben op een hier niet ter beoordeling staand separaat verzoek om vrijstelling - enkel verzocht om vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de WRO. De Afdeling ziet in hetgeen appellant heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat niet is gebleken van gerechtvaardigd vertrouwen dat het college medewerking zal verlenen aan de verzochte vrijstelling. Ook anderszins is van omstandigheden die het college ertoe hadden moeten brengen de gemeenteraad te verzoeken een voorbereidingsbesluit te nemen, niet gebleken. De rechtbank heeft dan ook op goede gronden geoordeeld dat het college in de brieven geen verzoek om herziening van het bestemmingsplan dan wel een verzoek om een voorbereidingsbesluit had moeten lezen en dat niet aan de wettelijke vereisten voor verlening van de gevraagde vrijstelling is voldaan, zodat deze moest worden geweigerd.