ECLI:NL:RVS:2006:AV7542
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke sluiting horeca-inrichting wegens harddrugsaanwezigheid
De burgemeester van Zaanstad besloot op 13 februari 2004 de horeca-inrichting Café Underground tijdelijk voor één jaar te sluiten vanwege de aanwezigheid van harddrugs in de inrichting. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en later beroep ingesteld door meerdere appellanten.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond en de appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. Twee appellanten werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen bezwaar hadden gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit. De vergunninghouder, appellant A, voerde aan dat hij niet betrokken was bij de harddrugs en dat de sluiting onevenredig was.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd was tot sluiting vanwege de vondst van cocaïne en XTC in de inrichting en het aannemelijke handel in harddrugs. Persoonlijke verwijtbaarheid van de vergunninghouder speelt geen rol bij de sluiting. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan bewijs van ongelijke handhaving.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van twee appellanten niet-ontvankelijk en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de tijdelijke sluiting van de horeca-inrichting werd gehandhaafd.
Uitkomst: Hoger beroep van twee appellanten niet-ontvankelijk verklaard en hoger beroep van vergunninghouder ongegrond verklaard; tijdelijke sluiting bevestigd.