Uitspraak
200507887/1is de tekst van hoofdstuk 10 van de bijlage bij de Regeling gewijzigd, zodat de vóór die wijziging omtrent dit hoofdstuk gevormde jurisprudentie niet zonder meer richtinggevend is.
Raad van State
Appellante, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), weigerde op 17 januari 2005 aan wederpartij een verklaring van geschiktheid af te geven voor het besturen van motorrijtuigen van categorie B. Na bezwaar en beroep bij de voorzieningenrechter werd dit besluit vernietigd en werd appellante opgedragen een nieuw besluit te nemen. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van het geneesmiddel Modiodal, een psychostimulantium, door wederpartij voor de behandeling van narcolepsie een reden is om de verklaring van geschiktheid te weigeren. Volgens de Regeling eisen geschiktheid 2000, hoofdstuk 10, paragraaf 10.2.2, maken psychostimulantia als regel iemand ongeschikt voor deelname aan het gemotoriseerd verkeer, tenzij het gebruik is voor de behandeling van ADHD bij volwassenen, wat hier niet het geval was.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het besluit van 25 oktober 2005, waarin appellante het eerdere besluit herroept en een nader onderzoek aankondigt, eveneens vernietigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CBR wordt gegrond verklaard en het beroep van wederpartij ongegrond; de weigering van de verklaring van geschiktheid blijft in stand.