ECLI:NL:RVS:2006:AV7555
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen milieuvergunning voor groenafvalverwerking ondanks geurhinderbezwaar
Bij besluit van 15 maart 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een milieuvergunning voor de oprichting en exploitatie van een inrichting voor de verwerking van 10.000 ton groenafval per jaar. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden dat de composteermethode niet conform de aanvraag werd toegepast en dat de geurhinder zou toenemen, onder meer door het niet naleven van afstandscriteria uit de Nederlandse Emissierichtlijnen Lucht (NeR).
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het beroep geen betrekking had op de rechtmatigheid van de vergunning zelf, maar op de naleving van voorschriften, waarvoor andere handhavingsmogelijkheden bestaan. De vermeende toename van geurhinder werd niet aannemelijk gemaakt, mede omdat de vergunning een lagere hoeveelheid groenafval toestaat dan de eerdere vergunning uit 1994 en strengere composteermethoden voorschrijft.
Verder werd geoordeeld dat de afstand van 345 meter tot de dichtstbijzijnde woning, hoewel korter dan de indicatieve 400 meter uit de NeR, gelet op strengere voorschriften en specifieke omgevingskenmerken acceptabel is. Ook de kritiek op de geurrapporten werd door het deskundigenbericht weerlegd. De Afdeling verklaarde het beroep daarom ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning wordt ongegrond verklaard.