ECLI:NL:RVS:2006:AV8627
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Handhaving bestuursdwang bij begraven kadavers op rundveehouderij
Het geschil betreft een besluit van 2 april 2005 waarbij het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende appellanten heeft gelast om resten van kadavers te verwijderen die in de bodem van een rundveehouderij waren begraven. Verweerder handhaafde dit besluit deels na een herroeping op 2 augustus 2005. Appellanten voerden onder meer aan dat zij niet vooraf in de gelegenheid waren gesteld hun zienswijze te geven, dat het besluit niet correct was bekendgemaakt, en dat verweerder niet bevoegd was tot handhaving.
De Afdeling oordeelde dat het niet vooraf horen in de bezwaarfase was hersteld doordat appellanten hun zienswijze tijdens de bezwaarschriftenprocedure konden inbrengen. Het besluit was naar behoren bekendgemaakt aan appellant A. Verweerder had op grond van de onherroepelijke milieubelastingvergunning en de Wet milieubeheer de bevoegdheid tot handhaving, ook al regelt de Destructiewet de afvoer van kadavers. De aanwezigheid van kadavers in vergaande staat van ontbinding, geurhinder, ongedierte en bodemverontreiniging rechtvaardigde het opleggen van bestuursdwang.
Verder was de termijn om de overtreding ongedaan te maken redelijk gelet op de omstandigheden en de belangen van milieu en omwonenden. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bestuursdwang voor het verwijderen van begraven kadavers is ongegrond verklaard.