ECLI:NL:RVS:2006:AV8638
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- T.M.A. Claessens
- E.D. Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning bedrijfsberging in Zaanstad
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verleende op 16 november 2004 een bouwvergunning voor het bouwen van een bedrijfsberging op een perceel in Zaanstad. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college in eerste instantie ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van verzoekers gegrond en schortte de bouwvergunning op.
Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Het college verleende vervolgens op 13 september 2005 een gewijzigde bouwvergunning, waarna verzoekers opnieuw bezwaar maakten. Op 6 januari 2006 werd het bezwaar tegen de oorspronkelijke vergunning gegrond verklaard en de vergunning geweigerd, terwijl het bezwaar tegen de gewijzigde vergunning ongegrond bleef.
Verzoekers verzochten de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee zij de besluiten van 13 september 2005 en 6 januari 2006 wilden schorsen. De Voorzitter oordeelde echter dat onvoldoende aanleiding bestond om aan te nemen dat de vergunning niet in stand zou blijven en dat het starten van bouwwerkzaamheden geen onomkeerbare situatie zou creëren. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De behandeling van de bodemzaak stond gepland op 27 april 2006. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 30 maart 2006 door de Voorzitter, in aanwezigheid van een ambtenaar van Staat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning is afgewezen.