Uitspraak
200401178/1, heeft de Afdeling overwogen dat uit het toenmalige Besluit luchtkwaliteit en de Nota van Toelichting daarop volgt dat de daarin gestelde grenswaarden, behoudens een arbeidsplaats als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder g, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, gelden voor de buitenlucht in zijn algemeenheid. Er is geen aanleiding om ten aanzien van het Besluit luchtkwaliteit 2005 tot een ander oordeel te komen. De omstandigheid dat met het voorschrijven van ter vermindering van de emissie van zwevende deeltjes noodzakelijke voorzieningen de grondslag van de aanvraag wordt verlaten, betekent voorts, anders dan verweerder kennelijk meent, niet dat in dat geval de gevraagde vergunning kan worden verleend. Indien niet aan de in het Besluit luchtkwaliteit 2005 gestelde grenswaarden kan worden voldaan, volgt immers uit het samenstel van artikel 8.8, derde lid, onder a, en artikel 8.10, tweede lid, zoals dat vóór 1 december 2005 luidde, van de Wet milieubeheer, dat de gevraagde vergunning moet worden geweigerd.