ECLI:NL:RVS:2006:AW1295
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouwvergunning wegens niet tijdig aanvang bouwwerkzaamheden
Het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen heeft bij besluit van 7 oktober 2004 de bouwvergunning van 11 november 1996 voor het bouwen van een winkelruimte ingetrokken omdat niet binnen 26 weken na onherroepelijkheid met de bouwwerkzaamheden was begonnen. Appellant sub 2 maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond en vernietigde het besluit.
Zowel het college als appellant sub 2 stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken op grond van artikel 59 Woningwet Pro en artikel 4.1 Bouwverordening Tubbergen, omdat appellant sub 2 niet tijdig en onvoldoende voortgang had gemaakt met de bouw, ondanks een brief waarin werd aangegeven dat uiterlijk 5 januari 2004 met de fundering moest worden begonnen.
De Afdeling verwierp het betoog van appellant sub 2 dat het college geen bevoegdheid had tot intrekking en dat zijn zienswijze niet was gehoord, omdat dit niet eerder was ingebracht. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd en het beroep van appellant sub 2 ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bouwvergunning werd terecht ingetrokken wegens niet tijdig aanvang van bouwwerkzaamheden en het beroep van appellant sub 2 werd ongegrond verklaard.