ECLI:NL:RVS:2006:AW2260
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake weigering gehandicaptenparkeerkaart
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Heerlen, heeft de aanvraag van wederpartij voor een gehandicaptenparkeerkaart geweigerd. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van wederpartij gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en beval een nieuw besluit. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat appellant onvoldoende zorgvuldigheid in acht heeft genomen bij de beoordeling van de aanvraag. Er is geen lichamelijk onderzoek verricht, terwijl dit standaard onderdeel is van de medische beoordeling. Bovendien is niet duidelijk waarop de conclusie is gebaseerd dat wederpartij niet voldoet aan de criteria voor een gehandicaptenparkeerkaart.
De Raad stelt vast dat appellant ook had moeten onderzoeken of wederpartij in aanmerking komt op grond van ernstige beperkingen anders dan loopbeperkingen. De medische informatie was niet eenduidig en het onderzoek voldeed niet aan de eisen van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het besluit in strijd is met de artikelen 3:2, 3:9 en 7:12 Awb.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.