Uitspraak
200206662/1is af te leiden dat ook aan een bedrijf dat is gelegen op een gezoneerd industrieterrein geen bescherming toekomt tegen geluidhinder van een eveneens op dat industrieterrein gelegen inrichting. In zoverre slaagt de grond niet.
Raad van State
Bij besluit van 12 april 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Zeeland aan Delta Milieu Recycling B.V. een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor op- en overslag en het breken van bouw- en sloopafval op het perceel Deltastraat 39 te Terneuzen. Bettewaarde B.V. stelde beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege onvoldoende toetsing aan grenswaarden voor PM10 en geluidhinder.
De Raad oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor het punt van PM10 omdat appellante geen bedenkingen had ingebracht tegen het ontwerpbesluit. De klacht dat het definitieve besluit een oprichtingsvergunning betrof in plaats van een revisievergunning werd verworpen omdat het bevoegd gezag binnen zijn beoordelingsvrijheid handelde.
De Raad stelde vast dat de vergunning in strijd was met de Wet geluidhinder doordat de inrichting op een gezoneerd industrieterrein geluidoverschrijdingen veroorzaakte. Daarom werd het besluit vernietigd voor zover het gelijktijdig gebruik van de puinbreek- en houtshredderinstallaties toestond. De Raad bepaalde dat deze installaties niet gelijktijdig mogen draaien en dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Het beroep is voor het overige ongegrond verklaard.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit is vernietigd voor het gelijktijdig gebruik van de puinbreek- en houtshredderinstallaties, die niet gelijktijdig mogen draaien.