ECLI:NL:RVS:2006:AW2289
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.R. Winter
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over weigering bouwvergunning landbouwschuur en kassencomplex
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel weigerde op 15 april 2003 een bouwvergunning en vrijstelling voor het realiseren van een landbouwschuur en kassencomplex ten behoeve van een sierteelt-/boomkwekerijbedrijf op percelen in Boxtel. Na een bezwaarprocedure verklaarde het college het bezwaar ongegrond. De rechtbank 's-Hertogenbosch oordeelde op 6 april 2005 dat de weigering onterecht was en vernietigde het besluit.
Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de rechtbank ten onrechte de regeling voor bestaande situaties toepaste. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestemmingsplan geen aanwijzingen bevat dat de regeling slechts geldt voor reeds gevestigde agrarische bedrijven en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd overwogen dat onvoldoende gegevens aanwezig zijn om te beoordelen of er van rechtswege een bouwvergunning is verleend.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van €644,- aan de wederpartij. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 19 april 2006 door de Raad van State, waarbij de aangevallen uitspraak werd bevestigd en het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.