ECLI:NL:RVS:2006:AW2307
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- P.C.E. van Wijmen
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening plan van toedeling ruilverkaveling Volthe
Appellant verzocht de landinrichtingscommissie om herziening van het plan van toedeling voor de ruilverkaveling Volthe, omdat hij meende dat de richtlijnen voor het plan onjuist waren vastgesteld door de secretaris van de Centrale Landinrichtingscommissie in mandaat, in plaats van door de voltallige commissie. Verweerster wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Appellant stelde dat een wijzigingsprocedure op grond van artikel 84 van Pro de Landinrichtingswet had moeten worden gevolgd in plaats van een uitwerkingsprocedure volgens artikel 85, wat zou leiden tot andere richtlijnen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de bezwaren van appellant betrekking hadden op de planuitwerking en niet op de richtlijnen zelf, en dat deze planuitwerking buiten het toetsingskader van de Wijzigingswet valt.
De Afdeling concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij onevenredig nadeel had ondervonden door de wijze van vaststelling van de richtlijnen. Daarom was er geen grond om het verzoek tot herziening toe te wijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van het plan van toedeling is ongegrond verklaard.