ECLI:NL:RVS:2006:AW3991
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bouwvergunning en vrijstelling ondanks civielrechtelijke belemmeringen
Het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal verleende op 27 november 2001 een bouwvergunning en vrijstelling voor het bouwen van een woning op een perceel. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn belangen bij daglichttoetreding en zicht werden geschaad. Na diverse besluiten en uitspraken, waaronder vernietiging door de Raad van State in 2004, werd het bezwaar gegrond verklaard en het besluit herroepen. Het college verleende vervolgens opnieuw vrijstelling en bouwvergunning, waarna de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaarde.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college onvoldoende rekening had gehouden met civielrechtelijke belemmeringen, zoals bedoeld in artikel 5:50 lid 4 BW Pro, die volgens hem tot weigering van de vrijstelling hadden moeten leiden. De Raad van State overwoog dat civielrechtelijke belemmeringen in principe niet relevant zijn bij de beoordeling van een bouwvergunning, tenzij het gaat om een anticipatieprocedure. Hier was dat niet het geval. De Raad stelde vast dat het college aannemelijk had gemaakt dat het bouwplan geen ontoelaatbare beperking van lichtinval veroorzaakt en dat de daglichttoetreding slechts met 3% afneemt, wat binnen de normen blijft.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht geen civielrechtelijke belemmering zag die de uitvoering van het bouwplan in de weg staat en dat het college in redelijkheid gewicht mocht toekennen aan de belangen van het bouwplan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.