ECLI:NL:RVS:2006:AW3996
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid tot herziening en terugvordering huursubsidie over lopend subsidietijdvak
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de Minister van Volkshuisvesting bevoegd was om de toegekende huursubsidie over het lopende subsidietijdvak van 1 juli 2003 tot 1 juli 2004 te herzien en de reeds uitbetaalde subsidie terug te vorderen. De rechtbank Breda had geoordeeld dat de Minister daartoe niet bevoegd was, omdat de herziening niet met terugwerkende kracht was verleend zoals bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Huursubsidiewet.
De Raad van State oordeelde echter dat artikel 36, eerste lid, in samenhang met het derde lid, van de Huursubsidiewet een zelfstandige grondslag biedt voor herziening en terugvordering over het lopende subsidietijdvak, zonder dat terugwerkende kracht vereist is. De rechtbank had dit niet onderkend en daarmee onjuist geoordeeld over de bevoegdheid van de Minister.
Verder werd vastgesteld dat de beslissing op bezwaar onzorgvuldig was voorbereid, omdat deze was gebaseerd op een gebrekkig advies van het college van burgemeester en wethouders, wat strijdig was met het motiveringsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Minister is bevoegd om de huursubsidie over het lopende subsidietijdvak te herzien en de reeds uitbetaalde subsidie terug te vorderen zonder terugwerkende kracht.