ECLI:NL:RVS:2006:AW7354
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- R. van der Spoel
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging goedkeuring bestemmingsplan Proefstation Fruit- en Boomteelt wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
De gemeenteraad van Overbetuwe stelde op 30 november 2004 het bestemmingsplan "Buitengebied Proefstation Fruit- en Boomteelt 1999-2003" vast, dat door het college van gedeputeerde staten van Gelderland op 21 juni 2005 werd goedgekeurd. De stichting Het Lijdensche Fonds voor Kerk en Zending stelde hiertegen beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde of het besluit tot goedkeuring in overeenstemming was met het recht en een goede ruimtelijke ordening. De stichting stelde onder meer dat de begripsbepaling voor de bestemming "Proefstation" te ruime activiteiten toestond, dat de uitbreidingsmogelijkheden van bedrijfsbebouwing zonder concrete behoefte waren vastgesteld en dat de bebouwingsvrije zone ten onrechte niet was opgenomen. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de omvang van de toegestane teeltkappen in bestemmingsvlak II.
De Afdeling oordeelde dat zelfstandige activiteiten zonder binding met het proefstation niet zijn toegestaan en dat het plan in dat opzicht rechtmatig is. Echter, de 10% uitbreidingsmogelijkheid van bedrijfsbebouwing binnen bestemmingsvlak I was onvoldoende gemotiveerd en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Ook het ontbreken van de bebouwingsvrije zone was redelijk geacht vanwege reeds aanwezige bebouwing en mogelijke disproportionele schade. Ten aanzien van de toegestane 6 hectare teeltkappen in bestemmingsvlak II concludeerde de Afdeling dat dit niet strookte met de feitelijke behoefte en een onaanvaardbare landschappelijke aantasting kon veroorzaken, waardoor het besluit eveneens niet zorgvuldig was voorbereid.
Daarom werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit tot goedkeuring van de genoemde planonderdelen vernietigd. Het college van gedeputeerde staten werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van delen van het bestemmingsplan is vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en onvoldoende motivering.