Uitspraak
200200568/1(BR 2003, 881), en het Koninklijk Besluit van 15 oktober 1982 in zaak nr. 15 (BR 1982/48), kunnen niet tot een ander oordeel leiden. In deze zaken waren aan de bouw van woningen en de vestiging van bedrijven beperkingen gesteld ten aanzien van de herkomst van een specifieke groep personen en bedrijven. Een dergelijk onderscheid mist ruimtelijke relevantie, nu daarvan geen ruimtelijk effect uitgaat. Binnen de bestemming "Parkvoorzieningen" wordt een dergelijk onderscheid naar herkomst voor de vestiging van de aldaar toegelaten functies echter niet gemaakt.
200302751/1, moet bij de toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan niet slechts worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming van het perceel kan worden gebruikt, doch mede of het bouwwerk ook met het oog op zodanig gebruik wordt opgericht. Dit houdt in dat het bouwplan in strijd met de bestemming moet worden geoordeeld indien redelijkerwijs valt aan te nemen dat het bouwwerk uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin de bestemming voorziet.