ECLI:NL:RVS:2006:AX2073
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit terugvordering huursubsidie na wijziging woonsituatie
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister om haar huursubsidie over het jaar 2003-2004 op nihil vast te stellen en de reeds uitgekeerde subsidie van €805,14 terug te vorderen. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar vanwege onbevoegdheid van de beslisser, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het bezwaarbesluit van 26 oktober 2004 niet onbevoegd is genomen, omdat het Hoofd Unit Correspondentie bevoegd was op last van de Directeur-Generaal Wonen. De eerdere vernietiging van de regeling ondermandaat DGW is niet van toepassing op dit besluit. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen terecht in stand gelaten.
Appellante stelde dat zij op grond van een wijziging in haar woonsituatie en inkomen mocht vertrouwen dat de huursubsidie correct was vastgesteld. De Raad van State wijst dit af omdat het huursubsidiebericht een voorlopige berekening betrof en appellante rekening had moeten houden met terugvordering van voorschotten.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de motieven. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.