Uitspraak
200308895/1, daarvoor de feitelijke situatie bepalend.
200501079/1maakt dit niet anders, omdat die uitspraak ziet op artikel 7 van Pro de Wav.
Raad van State
Bij besluit van 12 juli 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Veghel een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een melkrundveehouderij op een perceel nabij een kwetsbaar gebied. Appellanten stelden dat de vergunning onrechtmatig was omdat de inrichting sinds 1997 niet meer viel onder de overgangsregeling van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav).
De Raad van State overwoog dat de inrichting sinds 1996 was gestopt met melkrundvee en dat in 1997 en 1998 slechts beperkt jongvee werd gehouden, waardoor de inrichting vergunningplichtig werd. Omdat de inrichting binnen 250 meter van een kwetsbaar gebied ligt, is op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wav geen vergunning mogelijk. Ook de uitzondering in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wav is niet van toepassing omdat de inrichting niet onmiddellijk voorafgaand aan de vergunningplicht onder de werking van het Besluit viel.
De Raad van State verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten. De overige gronden werden niet behandeld omdat de vernietiging reeds voldoende was.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens strijd met artikel 4 van de Wet ammoniak en veehouderij.