Uitspraak
200506444/1. Op dat hoger beroep is heden uitspraak gedaan. Uit die uitspraak vloeit voort dat de stichting niet als belanghebbende bij de besluiten van 24 juni 2003 en 11 november 2003 kan worden aangemerkt. Mitsdien is hetgeen de stichting heeft ingebracht bij de beoordeling van het hoger beroep buiten beschouwing gelaten. Voorts brengt dit mee dat de rechtbank de stichting ten onrechte op de voet van artikel 8:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht als partij tot het geding heeft toegelaten. Nu echter, gelet op hetgeen blijkens de stukken door de stichting in het geding in beroep is ingebracht en op hetgeen door de rechtbank is overwogen, de inbreng van de stichting niet van doorslaggevende betekenis is geweest voor het oordeel van de rechtbank, vormt de deelname aan dat geding door de stichting onvoldoende grond voor vernietiging van de aangevallen uitspraak.