Uitspraak
200103396/1 en 200105173/1is ten aanzien van de plangrens van het bestemmingsplan "Buitengebied" nabij de Schaapsdrift het volgende overwogen:
200501171/1.
Raad van State
De gemeenteraad van De Bilt stelde op 27 januari 2005 het bestemmingsplan "Hollandsche Rading 2004" vast, dat onder meer bedrijfsbestemmingen toekende aan de percelen Graaf Floris V weg 3b en 4c. Appellanten betoogden dat deze bestemmingen onjuist waren toegekend en in strijd waren met een goede ruimtelijke ordening, mede vanwege de ligging nabij woningen en de aard van de toegestane bedrijvigheid.
Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Utrecht, keurde het plan goed en stelde dat kleinschalige bedrijvigheid passend was binnen de woonkern, en dat hinder voor omwonenden niet te verwachten was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vestiging van categorie 2 bedrijvigheid niet passend was, omdat Hollandsche Rading niet als centrum kon worden aangemerkt. Ook was de ontsluiting van de percelen onvoldoende voor de toegestane bedrijvigheid, waardoor de goedkeuring in strijd was met artikel 28 WRO Pro en artikel 10:27 Awb Pro.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de westelijke plangrens en de bestemmingen "Agrarische doeleinden onbebouwd" en "Groenvoorzieningen" met nadere aanduiding "bos" rechtmatig waren vastgesteld. De definities van bijgebouw en uitbouw voldeden eveneens aan de jurisprudentie. Het beroep van appellant sub 1 werd geheel gegrond verklaard, dat van appellant sub 2 gedeeltelijk, met vernietiging van het bestreden besluit voor de bedrijfsbestemmingen en onthouding van goedkeuring. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 2.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van de plandelen met bestemming bedrijfsdoeleinden op Graaf Floris V weg 3b en 4c wordt vernietigd en goedkeuring onthouden.