ECLI:NL:RVS:2006:AX4380
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding extra uren advocaat door Raad voor Rechtsbijstand
Appellant verzocht de Raad voor Rechtsbijstand om vergoeding van extra uren, welke door het bureau rechtsbijstandvoorziening te Amsterdam werd afgewezen. De raad verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond en ook de rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing. Appellant stelde in hoger beroep dat het beleid van de raad omtrent waarneming en mutatieverzoeken onredelijk was en dat de raad een gedoogbeleid voerde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid zoals vastgelegd in de Inschrijvingsvoorwaarden een algemeen verbindend voorschrift is waar niet van mag worden afgeweken. Appellant kon niet aannemelijk maken dat sprake was van overmacht of zwaarwegende redenen voor waarneming door anderen. Ook was er geen bewijs voor het door appellant gestelde gedoogbeleid. Bovendien was appellant niet de toegevoegde advocaat, waardoor vergoeding van zijn werkzaamheden niet mogelijk was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding van extra uren wordt bevestigd.