ECLI:NL:RVS:2006:AX4390
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bouwvergunning en zorgvuldigheid bij welstandstoetsing
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort verleende op 10 oktober 2003 een bouwvergunning voor drie appartementen. Hiertegen maakte een belanghebbende bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van de belanghebbende gegrond wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivatie van het besluit op bezwaar.
In hoger beroep betwistte het college dat het besluit onzorgvuldig was genomen. De Raad overwoog dat het college redelijkerwijs het deskundig tegenadvies van de belanghebbende had moeten afwachten alvorens het besluit te nemen, mede gezien de procedurele omstandigheden en de communicatie met de welstandscommissie. Het college had het verzoek tot medewerking aan het tegenadvies afgewezen terwijl het tegenadvies nog zou volgen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met een verbetering van de motieven, en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van de belanghebbende. De Raad wees erop dat het tegenadvies van de Provinciale Utrechtse Welstandscommissie pas na het bestreden besluit was uitgebracht, waardoor het college niet verplicht was het besluit op bezwaar te heroverwegen op basis van dat advies.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat het college de bouwvergunning niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft verleend en veroordeelt het college tot proceskostenvergoeding.