ECLI:NL:RVS:2006:AX4425
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- H. Troostwijk
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar bouwvergunning afvalwaterzuiveringsinstallatie
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland verleende op 30 september 2003 een bouwvergunning aan Consortium Delfluent voor het bouwen van een afvalwaterzuiveringsinstallatie in de Harnaschpolder. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellanten gegrond en vernietigde de beslissing op bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen van die beslissing.
Appellanten stelden in hoger beroep dat zij als belanghebbenden moesten worden aangemerkt vanwege hun zicht op de installatie en de mogelijke geluid- en geuroverlast. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het zicht door tussenliggende bebouwing beperkt is en dat de afstand tussen de woning van appellanten en de installatie te groot is om direct belang aan te nemen. Hierdoor zijn de belangen van appellanten niet rechtstreeks bij het besluit betrokken.
De Afdeling kwam daarom niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de overige gronden en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.